zaterdag 2 mei 2020

De waarde van wandelen

Wist je dat de helft van alle verplaatsingen te voet, recreatief of sportief van aard zijn? En dat dit samen tweederde van de totale afstand is die te voet wordt afgelegd? (Haas & Hamersma 2019). De nationale wandelmonitor laat bovendien zien dat ongeveer 11 miljoen Nederlanders weleens wandelen voor hun plezier: dat leverde in 2018 maar liefst 423,5 miljoen wandelingen op! Zien we wandelen als iets vanzelfsprekend? Of is het waardevol om te investeren in deze vrijetijdsactiviteit? We pretenderen met dit artikel niet volledig te zijn maar wel een breed inzicht te verschaffen in de waarde van wandelen.

Sport en bewegen stimuleren via de omgevingsvisie: wat werkt wel en niet?

Lopen is het verplaatsen te voet met stappen, waarbij één voet zich altijd op de grond bevindt. Wandelen is volgens Van Dale: lopen voor ontspanning. Maar niet alleen de intentie van het lopen, maar ook de duur van de activiteit blijkt van belang. In het landelijke Continu VrijeTijdsOnderzoek (CVTO) hanteert TNS-NIPO de volgende definitie: een wandeling voor het plezier, waarbij men minimaal een uur van huis was (en niet op vakantie). Onderzoek gebruikt daarom vaak een minimum van een uur, om wandelen als vrijetijdsactiviteit te zien (lees: wandelen, hiking, lange afstandswandelen). Maar een korte wandeling – een ommetje van 30 tot 60 minuten – voor het plezier is zeker ook een wandeling te noemen. 37% van de Nederlanders maakt (ook) korte wandelingen (Wagenaar & Werensteijn, 2016).

Hoeveel wandelen we in Nederland?

In 2018 ondernamen Nederlanders samen ruim 3,6 miljard vrijetijdsactiviteiten. Een kwart daarvan was buitenrecreatie. Daarvan betrof het 424 miljoen keer een wandeling voor het plezier en 95 miljoen keer wandelsport (zie figuur; CBS, 2019).
CVTO weekmeting 2018
De Nationale Wandelmonitor (Werensteijn 2020) laat bovendien de volgende cijfers zien:
  • 65% van alle Nederlanders maakt wel eens voor het plezier een wandeling van een uur of langer
  • 3,6 miljoen Nederlanders wandelen zelfs minstens één keer per week
  • 68% van de wandelingen duurt 1 tot 2 uur, 15% duurt 2 tot 3 uur, 10% duurt langer dan 3 uur en 8% duurt maximaal 1 uur
  • zondag (25%), zaterdag (18%), woensdag en vrijdag (12%) zijn de populairste wandeldagen
  • gemiddeld legt men 6,5 kilometer af per activiteit maar: bijna de helft van de wandelaars (49%) legt minder dan 5 kilometer af, 38% tussen 6 en 10 kilometer en 13% meer dan 10 kilometer tot over de 50 kilometer
  • de meeste mensen starten direct te voet van huis

Wat zijn de belangrijkste motieven om te wandelen?

Wandelen is voor veel mensen een waardevolle vrijetijdsactiviteit. De meest genoemde redenen voor een wandeling zijn:
  • Buiten willen zijn: 30%
  • Ontspanning/bezinning/hoofd leegmaken: 23%
  • Conditie op peil houden: 13%
  • Even ertussenuit: 9%
  • Preventief (gezondheid): 6%
  • Natuurbeleving: 4%
  • Ontdekken van de omgeving: 3%
  • Prestatie: 2%
  • Gevoel van vrijheid: 1%
Bron: Nationale Wandelmonitor (Wagenaar & Werensteijn, 2016 – de motieven zijn in 2020 niet onderzocht)

Wat zijn de effecten van wandelen?

Lopen is een basisvaardigheid die bijdraagt aan het dagelijks functioneren. Effecten van bewegen in het algemeen vind je in dit artikel: effecten van sporten en bewegen en meer informatie over de effecten van lopen vind je in deze poster: 13 redenen waarom lopen loont. Onderzoeken naar bewegen en lopen gaan meestal over het totaal van stappen op een dag. Maar als we niet alle stappen bij elkaar optellen per dag maar kijken naar een wandeling van minimaal een half uur, wat zijn dan de lichamelijke (fysiologisch), mentale (psychologisch) en sociale effecten?

De lichamelijke effecten van wandelen

Wandelen is voldoende intensief om mee te tellen voor het halen van de beweegrichtlijnen. 150 Minuten of meer wandelen per week leidt daarom volgens de Gezondheidsraad tot een aantoonbaar effect op:
  • lagere bloeddruk, vetmassa, buikomvang
  • lager gewicht
  • betere opname van (brand)stoffen uit het bloed (grotere insulinegevoeligheid)
  • grotere spierkracht (bij ouderen)
  • hogere vetvrije massa, lees meer spiermassa (bij ouderen)
  • hogere loopsnelheid (bij ouderen)
  • minder fracturen (bij ouderen)
  • slaapkwaliteit
Het halen van de beweegrichtlijnen hangt bovendien samen met een aantoonbaar kleiner risico op:
  • depressieve symptomen
  • hart- en vaatziekten
  • darmkanker
  • borstkanker
  • diabetes
  • cognitieve achteruitgang/dementie/alzheimer (bij ouderen)
  • (heup)fracturen (bij ouderen)
  • lichamelijke beperkingen (bij ouderen)
  • vroegtijdig overlijden (Kelly e.a., 2014)


Wandelen en bergwandelen hebben bovendien een laag risico op blessures (Pons-Villanueva e.a., 2010).
Onderzoek van Kelly uit 2018 stelt dat bewijs voor het effect van wandelen op de mentale gezondheid groeit, maar nog gefragmenteerd en onvolledig is. Alvast enkele uitkomsten:
  • Angstige en depressieve gevoelens nemen af door wandelen (Kelly e.a., 2018) omdat het stresshormoon cortisol daalt. Tijdens het wandelen maakt je lichaam endorfine en serotonine aan. Deze hormonen zorgen ervoor dat je een blij en ontspannen gevoel krijgt. Er zijn onderzoekers die stellen dat wandelen ongerustheid, angst en stress vermindert en bijdraagt aan psychologisch welzijn. Maar de uitkomsten verschillen wat betreft de mate van effectiviteit.
  • Effecten van wandelen op cognitieve functies zijn onder andere remming op negativiteit en stress (inhibitie) en verbetering van het geheugen. Erik Scherder stelde in 2017 dat de wandelaar minimaal een half uur moet doorstappen (niet slenteren) om mentale effecten te zien en liever nog drie kwartier.
  • Ook zegt Scherder: wandelen stimuleert het brein en maakt je productiever en creatiever. Oppezzo & Schwartz (2014) lieten zien dat proefpersonen die wandelden beter scoorden op creativiteitstests (divergent denken = nieuwe oplossingen vinden) dan hun collega’s die waren blijven zitten.
  • De locatie van wandelen heeft impact op de mate waarin verschillende mentale effecten optreden. Een wandeling door de natuur heeft op diverse indicatoren meer effect dan een wandeling door een stedelijke omgeving: bijvoorbeeld betere concentratie, snellere reactietijden (Beute & van den Berg, 2019), meer aandacht en meer ruimtelijk werkgeheugen (Schutte e.a., 2017).

De sociale effecten van wandelen

Wandelen is een sociale activiteit die je vaak met mensen samen doet en waarbij je andere mensen tegenkomt en ontmoet. Wat voor sociale effecten levert wandelen op?
  • Wandelen draagt bij aan het voorkomen van sociale isolatie en eenzaamheid. Maar ook hier laten onderzoeksresultaten verschillen zien in effectiviteit (Kelly e.a., 2018).
  • Kwalitatief goede mogelijkheden om je lopend te verplaatsen en een aantrekkelijke openbare ruimte, blijken te leiden tot meer sociale contacten (Lelieveld e.a., 2018).
  • Er is een verband tussen voetgangersvriendelijkheid en het gevoel van veiligheid op straat. Dit heeft weer effect op woningprijzen, aantal executieverkopen en criminaliteit (Lelieveld e.a., 2018).
  • De aanwezigheid van andere mensen op straat vermindert angstgevoelens. Er is sprake van een zelfversterkend effect van sociale veiligheid. Grotere sociale veiligheid leidt tot meer voetgangers, wat leidt tot grotere sociale veiligheid (Lelieveld e.a., 2018).
  • Als je samen met iemand anders wandelt, blijk je (onbedoeld) hetzelfde ritme aan te nemen (Yun e.a., 2012). Synchroon bewegen is een basis voor interpersoonlijke interactie, die correleert met enkele sociale karaktertrekken van je persoonlijkheid. Yun e.a. (2012) schrijven dat denkbeelden en gevoelens meer op elkaar worden afgestemd en welwillendheid tot samenwerken en elkaar helpen toeneemt.

Wat is de waarde van wandelen: wat levert het op?

Wandelen is een laagdrempelige en goedkope vorm van recreatie. Wandelen heeft zowel waarde voor het individu als opbrengsten voor de maatschappij. Wandelen draagt bij aan het verlagen van gezondheidskosten, maar ook aan het verhogen van sociale en economische winst (door bijvoorbeeld toerisme en recreatie).

Gezondheidswaarde

Wandelen is gezond en heeft vele gezondheidseffecten zoals hierboven vermeld. Maar wat is de impact hiervan voor Nederland? Met de Health Economic Assessment Tool van de World Health Organization (WHO, 2017) kun je uitrekenen wat de impact is van het wandelgedrag in Nederland op ons sterftecijfer.

Economische waarde

Wandelen is goed voor onze economie. Tijdens een wandeling geeft een wandelaar gemiddeld € 1,95 uit. Dat lijkt weinig, maar door het grote aantal wandelingen loopt dit jaarlijks op tot in de miljoenen. Als je daarnaast de overige uitgaven aan wandelproducten en (wandel)vakanties meetelt, geven wandelaars jaarlijks in totaal circa €1,7 miljard uit (Wagenaar & Werensteijn, 2016).
Onderzoek door de Universiteit van California (Salis & Spoon, red 2015) naar ruim 500 studies uit 17 landen laat bovendien de enorme impact van wandelen zien. Wandelen draagt bij aan productievere en gezondere steden, ook beïnvloedt het de huizenprijzen positief: ‘Overall, the academics concluded, walking and cycling projects return an average of £13 ($20) in economic benefit for every £1 ($1.50) invested.’ Elke € 1,38 die je investeert, levert dus € 17,98 op. Het blijkt dus de moeite waard om in wandelen te investeren.

Sociale waarde

Wandelen/lopen kan bijdragen aan diverse sociale variabelen: sociale cohesie, interactie, sociale inclusie, gelijkheid, zelfredzaamheid, sociale veiligheid,(zelf gerapporteerd) vertrouwen, gemeenschapsgevoel, deelname aan buurtactiviteiten, deelname aan vrijwilligersactiviteiten en lokale politieke betrokkenheid. Lelieveld e.a. (2018) geven aan dat het echter onduidelijk is hoe we dit ‘sociaal kapitaal’ zouden kunnen uitdrukken in een euro’s of quali’s.
Een mogelijkheid zou zijn door middel van enquêtes op basis van de ‘willingness to pay’-methode. Maar dat is voor zover bekend nog niet gedaan. Bovendien is deze methode alleen geschikt om inzicht te krijgen in wát mensen iets waard vinden, maar geeft het geen werkelijk concrete waarde aan (Lelieveld e.a., 2018).
De Wereldbank heeft twee methoden ontwikkeld waarmee je sociaal kapitaal kunt meten, namelijk de Social Capital Assessment Tool (SOCAT) en de Social Capital Integrated Questionnaire (SOCAPIQ). Hoe actueel deze methoden nog zijn is onduidelijk. Een mooie uitdaging voor onderzoekers om te kijken of deze of andere methoden geschikt zijn om sociale waarde van wandelen te berekenen.

Wandelen loont

Wandelen als vrijetijdsactiviteit wordt veel gedaan maar er is nog winst te behalen. Zoals blijkt uit dit artikel is het waardevol om te investeren in wandelen door de omgeving beweegvriendelijk in te richten. We hebben in dit artikel diverse elementen proberen te combineren uit verschillende deelonderzoeken. We hopen dat toekomstige onderzoekers zich uitgedaagd voelen de waarde van wandelen in zijn geheel te onderzoeken en te berekenen wat wandelen oplevert voor welvaart, welzijn en welbevinden.

Referenties

  1. Beute, F. & van den Berg, A. (2019). Geef kinderen de natuur (terug). Whitepaper, Natuurmonumenten.
  2. CBS (2019). Trendrapport toerisme recreatie en vrije tijd 2019.
  3. Davis, A (2014). Claiming the health divident: A summary and discussion of value for money estimates from studies of investment in walking and cycling. Department for Transport, UK.
  4. Gezondheidsraad (2017). Physical activity and risk of chronic diseases No. 2017/08B, The Hague. Background document to: Dutch physical activity guidelines 2017 No. 2017/08, The Hague, August 22, 2017.
  5. Haas, M. de & Hamersma, M. (2019) Walking Facts. The Hague: KiM Netherlands Institute for Transport Policy Analysis.
  6. Hunter, R., Ball, K. & Sarmiento, O. (2018). Socially awkward: how can we better promote walking as a social behaviour? In: British Journal of Sports Medicine Volume 52, Issue 12.
  7. Kelly, P, Williamson, C., Niven, A., Hunter, R., Mutrie, N., Richard, J. (2018). Walking on sunshine: scoping review of the evidence for walking and mental health. In: British Journal of Sports Medicine.
  8. Kelly, P., Kahlmeier, S., Götschi, T., Orsini, N, Richards, J., Roberts, N., Scarborough, P. & Foster, C. (2014). Systematic review and meta-analysis of reduction in all-cause mortality from walking and cycling and shape of dose response relationship. In: The International Journal Of Behavioral Nutrition And Physical Activity, ISSN: 1479-5868, 2014 Oct 24; Vol. 11, pp. 132.
  9. Lelieveld, M., Steegman, S., Hintum, S. van & Molster, A. (2018). Verkenning effecten van investeren in lopen. Ede: CROW.
  10. Murtagh, E. M., Nichols, L., Mohammed, M. A., Holder, R., Nevill, A. M. & Murphy, M.H. The effect of walking on risk factors for cardiovascular disease: an updated systematic review and meta-analysis of randomised control trials. In: Preventive Medicine, ISSN: 1096-0260, 2015 Mar; Vol. 72, pp. 34-43.
  11. Oppezzo, M. & Schwartz, D. (2014). Give Your Ideas Some Legs: The Positive Effect of Walking on Creative Thinking. In: Journal of Experimental Psychology: Learning, Memory, and Cognition Vol. 40, No. 4, 1142–1152
  12. Pons-Villanueva, J., Seguí-Gómez, M. & Martínez-González, M. (2010). Risk of injury according to participation in specific physical activities: a 6-year follow-up of 14 356 participants of the SUN cohort. In: International Journal of Epidemiology, Volume 39, Issue 2, April 2010, Pages 580–587.
  13. Sallis, J. & Spoon, C. (red.) (2015). Making the Case for Designing Active Cities. University of California, San Diego
  14. Scherder, E. (2017). Waarom is wandelen goed voor je brein? Bekeken vanaf: www.youtube.com.
  15. Schutte, A. R., Torquati, J. C., & Beattie, H. L. (2017). Impact of urban nature on executive functioning in early and middle childhood. In: Environment and Behavior, 49(1), 3-30.
  16. TNS-NIPO (2018). ContinueVrijeTijdsOnderzoek (CVTO), weekmetingen en jaarmeting 2018.
  17. Wagenaar, M. & M. Werensteijn (2016). Nationale Wandelmonitor 2016. Amersfoort: Wandelnet.
  18. Wandelnet (2018). Factsheet recreatief Wandelen en Fietsen. Amersfoort: Wandelnet.
  19. Werensteijn (2020). Nog niet gepubliceerd.
  20. WHO (2017). Health Economic Assessment Tool (HEAT).
  21. Yun, K., Watanabe, K. & Shimojo, S. (2012). Interpersonal body and neural synchronization as a marker of implicit social interaction. In: Scientific Reports 2, artikel nr. 959.

zondag 26 april 2020

Marjoleine de Vos en Bregje Hofstede leren de lezer kijkend wandelen

Bron:  Trouw

‘Terloops’ is de titel van de reeks wandelboeken die vanaf dit voorjaar bij Van Oorschot uitkomen. Bregje Hofstede en Marjoleine de Vos trappen af: Hofstede met ‘Bergje’, De Vos met ‘Je keek te ver’. De Vos houdt het dichtbij huis: zij schrijft over de wandelingen die ze vrijwel dagelijks rondom haar huis in Zeerijp maakt; Hofstede trekt naar Colfosco in de Dolomieten waar ze als kind met haar familie ging skiën.
Als klein meisje ‘beklom’ (het gaat hier niet om alpinisme, maar om wandelen) ze de Sass Songher, een berg die tussen de toppen rondom niet eens zo heel erg hoog (ruim 2500 meter) is, maar voor haar was dit bergje net zo reusachtig als haar eigen naam die, gevoed door verhalen over wilde woudmensen die Bregostans werden genoemd, mythische proporties kreeg: “Het leek me machtig om Breg bij de bregostans te zijn.” En ook al heeft de betovering in de loop der jaren aan glans ingeboet, Hofstede is ervan overtuigd dat die er ook nu nog is te vinden, teruggetrokken misschien ‘in de diepste spelonken en op de hoogste toppen’.
Ze troont ‘de jongen’ die nu drie jaar haar geliefde is mee naar het landschap van haar jeugd. “Ik wilde dat hij van Colfosco gaat houden, en ik wilde dat hij gaat houden van mijn favoriete berg. Ook al is hij daar als kind nooit geweest en ook al is het in zijn ogen maar een heel gewone berg, ik wil dat hij ziet wat ik zie.”

De omweg

Dat gaat niet lukken uiteraard. En dat komt niet door de sneeuw die het wandelen op grote hoogte onmogelijk maakt. Sterker nog, ze zal er ook zelf, als de sneeuw zes weken later gesmolten is en ze de reis in haar eentje overdoet, niet in slagen. Ze bereikt de top, dat wel, maar ze vindt niet wat ze zoekt. Daar niet althans. De wereld verandert, je blik verandert, maar belangrijker nog: “Wat ik zoek blijkt niet te liggen waar het lag, niet op de top, maar in de omweg, tussen de frustraties.” De vonk heeft zich verplaatst, van de bergtop toen, naar een glanzend groen kevertje nu. Het is een rake, maar ook wat voorspelbare conclusie van een boek dat me door de wijze waarop Hofstede haar geliefde de maat neemt – er vindt, in haar eigen woorden, eerder ‘een test’ plaats dan een ‘wandelvakantie’ – ook aan haar eerdere memoir ‘Drift’ deed denken.
Van Marjoleine de Vos las ik, afgezien van een verdwaalde column, tot mijn grote schande nooit eerder iets. Én spijt wil ik daar graag aan toevoegen, want wat een helder, geestig en poëtisch proza vloeit er uit haar pen. Vanaf de eerste pagina begon ik citaten te noteren; ergens halverwege hield ik daar maar mee op – ik was het hele boek over aan het pennen.
En wat kreeg ik een zin om, mét de kennis van De Vos op zak, over dat Groningse Hogeland te dwalen. “Wie van niets weet ziet nooit een tureluur of een winterkoninkje, nooit een scholekster of een kievit, alleen maar vogels (...) en zo gaat het met landschappen ook”, stelt ze. De dorpsijsbanen daar in het noorden liggen diep. Het zijn, tot ver onder het maaiveld, afgegraven wierden (terpen). Die wierdegrond namelijk is zó rijk aan meststoffen, dat die tot de laatste kruimel is afgegraven en verkocht. Wist ik niet. Dankzij diezelfde wierdeafgravers staat de toren van de kerk in Eenum scheef. Dat waren inhalige mensen. “Als ze nog even hadden doorgegraven zouden ze de kerk mee weggegraven hebben.”

'Nieuwe natuur’

Overgebleven terpen, diepe ijsbanen, (scheve) kerktorens, plassen, bomen en meidoornhagen, maar ook brommende tractoren en slordig neergesmeten fabrieken; wie beweert dat het Groningse land zo plat is, kan niet kijken. De Vos kan het wel. Haar blik reikt ver. Hij gaat van de horizon, via het speenkruid aan haar voeten tot aan haar ziel.
‘Je keek te ver’ is zowel een lofzang op Neerlands oudste cultuurlandschap (wist ik niet) en het wandelen als zodanig, als een essay over taal en bewustzijn, én (gaandeweg) over verlies. Verlies van landschappelijke elementen als kromme slootjes die rechtgetrokken zijn en een bord aan de oever kregen met een mededeling over ‘natuurbehoud’ of juist ‘nieuwe natuur’, maar ook het verlies van een geliefde. De Vos paart grote levensvragen aan kleine, precieze, observaties van haarzelf en anderen. In de rouw om iemand van wie ze ‘zielsveel heeft gehouden’ grasduint ze in het werk van schrijvers en denkers die haar op weg helpen daarmee te leven.
The art of losing isn’t hard to master schreef Elizabeth Bishop. “Je verliest steeds meer, die kunst krijg je echt wel onder de knie”, beaamt De Vos. “Maar de kunst om het verlies te dragen en niet het gevoel te hebben dat je – ik kijk maar eens om me heen – een boom bent waarvan ze steeds takken afzagen, een sloot zonder meidoorn, een grijze haas op een leeg veld.” Dat zijn de overpeinzingen van wandelaar De Vos want “je knapt ervan op om naar buiten te gaan. Doordat je lichaam iets doet en niet alleen maar existeert als een pudding op een bureaustoel, doordat je na een poosje vergeet ‘waar het droef hart om schreit’, niet doordat je het vergeten bent, maar doordat het leven als je loopt steeds hier is.”
Als meisje droomde De Vos van iemand die haar woordeloos zou begrijpen, haar hand zou vastpakken en ‘meteen zou beginnen met woordeloos begrijpen’. Iets uit meisjesboeken en toch kwam er zo iemand. Een man die zei: ‘“Als je dit ziet, weet je waarom je leeft.” Niet dat je weet waarom je leeft maar op zo’n moment weet je het wel: hierom. Om lachend in een weiland te staan in het laagoranje van de winterzon.”
Hofstede zocht de heilige plekken uit haar jeugd en vond een kevertje. De Vos zoekt rust maar wordt als ze de door lichte mist omhulde kerktoren van Loppersum ziet, ‘gevuld door peilloos heimwee en welbehagen in een onbegrijpelijke mengeling.’
‘Je keek te ver’ grossiert in al die tegenstrijdigheden die we ‘leven’ noemen en pendelt tussen opstand en aanvaarding. Het is bij vlagen om te huilen zo mooi: “het is voorjaar, wij zijn in leven, we zetten het voort, we zingen het voort.”
Wat nou corona, dacht ik toen.
 

zaterdag 25 april 2020

Ga toch wandelen: dit is waarom een ommetje maken goed voor je is

Bron: RTL Nieuws

Nu sportclubs, kroegen en bioscopen dicht zijn, zoeken we massaal nieuwe manieren om ons te vermaken en te ontspannen. En dat kan vaak heel simpel zijn, zoals de deur uit lopen voor een ommetje.
"Eerst ben je nog bezig met je werk en allerlei afspraken die je nog moet maken en tijdens het lopen raak je die stress helemaal kwijt", zegt Nelleke Naaktgeboren van de Koninklijke Wandel Bond Nederland (KWBN). "Dan ga je steeds meer zien en voel je dat alles van je afglijdt."
Naaktgeboren hoeft als fanatieke wandelaar niet meer overtuigd te worden dat het lekker het kan zijn om de deur uit te gaan voor een wandeling, of het nou lang is of kort. Veel andere Nederlanders hadden nog een zetje in de rug nodig, en de lockdown van de afgelopen weken lijkt dat zetje te zijn geweest.
Uit nieuw onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat we heel anders zijn gaan bewegen in de afgelopen periode. We gaan een stuk minder naar buiten, maar als we naar buiten gaan, is het veel vaker om te wandelen of fietsen dan voor de coronacrisis.
DAT Mobility, een bedrijf dat mobiliteitsdata analyseert, ziet zelfs een 'drastische wijziging' in onze keuze van vervoer. Mensen fietsen en lopen meer kilometers dan voor de uitbraak van corona, en we gaan veel minder met de auto of het OV.

Laat je hersenen beter werken
Hersenonderzoeker Erik Scherder grijpt deze tijd aan om het evangelie van bewegen te verspreiden. Hij wil naar eigen zeggen wel 'van de daken schreeuwen' hoe belangrijk het is, helemaal in deze tijd. Daarom heeft hij samen met de hersenstichting de app Ommetje ontwikkeld, waarin mensen hun wandeling kunnen bijhouden en competities met vrienden kunnen aangaan.
Bewegen zorgt voor een betere doorbloeding, waardoor ook je hersenen beter gaan werken. Een ommetje of lange wandelingen maken past daar volgens Scherder helemaal in. "Je krijgt betere motivatie, je gaat meer initiatief nemen, je hebt betere controle over impulsen, dat zijn dagelijks heel belangrijke functies", zegt Scherder. "Als je de hele dag op de bank hangt, merk je vanzelf dat je nergens meer zin in hebt."

'Inactieve mensen zijn meest kwetsbaar'
En niet alleen mentaal is het enorm belangrijk om te bewegen, zegt Scherder, hij wijst ook naar de vele onderzoeken die gedaan zijn naar de rol die het speelt bij het afweersysteem. "Door bewegen versterk je je afweersysteem. Dat betekent niet dat je geen corona meer kunt krijgen, maar de risico's worden kleiner."
"Degenen die nu het kwetsbaarst zijn, zijn de mensen met een inactieve leefstijl", zegt Scherder. Daarom is het volgens hem belangrijk om te beginnen met wandelen, en dat te blijven doen. "Ze voorspellen dat virussen blijven komen, dus bouw aan je weerstand."
Mocht je als onervaren wandelaar willen beginnen, dan is het volgens Nelleke Naaktgeboren van KWBN het belangrijkste om goede schoenen te hebben en niet te veel jezelf te overschatten. "Iedereen kan lopen, dus denkt iedereen dat ie ook een heel stuk kan wandelen. Maar zoals bij elke sport geldt dat je rustig op moet bouwen."
Een ommetje kan natuurlijk op gympen, maar als je verder wilt lopen moet je goede sokken en schoenen hebben. "Je kunt hele uitrustingen kopen, maar schoenen zijn echt het allerbelangrijkste."

Onderweg spelletjes spelen
Maar waar moet je dan naartoe? Veel grote natuurgebieden zijn op dit moment gesloten vanwege het coronavirus en veel stadsparken zijn veel te druk. Daarom adviseert Naaktgeboren om goed in je eigen omgeving te kijken. "Vaak weet je zelf wel waar het wat rustiger is."
En voor wie het toch een beetje saai lijkt om te gaan wandelen, heeft Naaktgeboren ook nog wel een tip: maak spelletjes voor jezelf. "Bijvoorbeeld 'herken de planten', of maak foto's onderweg en deel die met je vrienden." Er zijn online heel veel van dit soort challenges te vinden.
Zelf heeft ze overigens totaal geen spelletje nodig om erop uit te trekken. "Met name mannen zeggen vaak 'wandelen heeft geen doel', maar mijn doel is dat ik in de beweging ben en dat ik in de natuur ben. Ik krijg er gewoon een lekker gevoel van."

vrijdag 24 april 2020

Meer dan twee derde van wandelaars gaat tijdens coronacrisis vaker een rondje lopen vanuit huis

Bron: Wandelnet

Uit onderzoek van Stichting Wandelnet blijkt dat 72% van de respondenten vaker een rondje loopt vanuit huis dan voor de coronacrisis. De belangrijkste redenen om te gaan wandelen nu zijn om fit en gezond te worden of te blijven, voor ontspanning en om ‘er even tussenuit’ te gaan. Bijna iedereen geeft aan nog te wandelen, slechts 2% doet dat niet meer. Voornamelijk omdat zij aangeven moeite te hebben om 1,5 meter afstand te houden of ze vinden dat anderen niet voldoende ruimte geven.
Persbericht Rondje lopen .jpg
Er even tussenuitOpvallend is dat waar gezondheid en ontspanning vaker hoog scoren in wandelonderzoek, ‘er even tussenuit’ dit keer door 64% van de respondenten is aangemerkt als belangrijke redenen om een rondje te gaan lopen. In onderzoek van Wandelnet uit 2015 gaf slechts 33% van de wandelaars aan dit een belangrijke reden te vinden. Zo gaf één van de respondenten aan: “Een rondje lopen is in deze tijd belangrijk voor mij, omdat ik na een dag thuiswerken even wat frisse wind door mijn hoofd nodig heb.”

Rondje lopenOmdat wandelen leuk en gezond is, stimuleert Wandelnet via de online campagne #rondjelopen mensen om de schoenen aan te trekken en vanuit huis een rondje te lopen. Op www.wandelnet.nl/rondjelopen staan tips en ervaringen voor een veilige en leuke manier om een ommetje te maken. Want in beweging blijven heeft zowel fysieke als mentale voordelen. Dat men inderdaad het advies volgt om het dichtbij huis te zoeken blijkt uit het onderzoek. Het grootste deel (59%) van de wandelaars wandelt momenteel alleen in de eigen omgeving. De rest wandelt (ook) in andere gebieden. En het merendeel wandelt alleen of samen met huisgenoten.

Ruimte voor lopenEen frisse neus halen wordt gestimuleerd en na de persconferentie van premier Rutte op 21 april meldt de Rijksoverheid: ‘moet je toch op pad; pak de fiets of ga lopen’. “Daar is letterlijk ruimte voor lopen voor nodig, zowel nu, in de anderhalvemeter-samenleving als ook voor de langere termijn. Want iedereen in Nederland heeft recht op een ommetje vanaf zijn voordeur”, aldus Ankie van Dijk, directeur Wandelnet. “We maken graag samen met partners zoals de Fietsersbond en het ministerie een plan hoe dit er uit moet zien in de anderhalvemeter-samenleving”.

Ode aan het alledaagse ommetje

Een mooi artikel in de Volkskrant van vandaag over het alledaagse ommetje #rondjelopen



We mijden het openbaar vervoer en zitten veel minder in de auto. Maar we maken opeens veel meer ommetjes. Corona maakt onze wereld kleiner, maar de buurt des te groter.


Al weken moeten de Italianen het stellen zonder hun passeggiata, de avondwandeling kort voor of na het eten. Flaneren door de stad, keuvelen met buren en bekenden, zien en gezien worden: doorgaans is de passeggiata goed voor de spijsvertering en het geestelijk welzijn, maar nu is het verboden vanwege de strenge lockdown.
Intussen wint de Nederlandse variant op de passeggiata snel aan populariteit: het ommetje. Onze wereld is door de corona-uitbraak een stuk kleiner geworden, maar onze buurt wordt er juist groter van. Vertrek- en eindpunt van het blokje om: de eigen voordeur.
Het aandeel mensen dat op een gemiddelde dag helemaal niet naar buiten gaat, is toegenomen van ongeveer 20 procent naar de helft. Wie dat wel doet, gaat relatief vaak een rondje wandelen, fietsen of de hond uitlaten. In mobiliteitsjargon: rondeverplaatsingen.

Massaal thuiswerken

Ze maakten tot voor kort slechts een fractie uit van alle kilometers die we in een week afleggen. Dat aandeel is gestegen doordat we massaal thuiswerken, het openbaar vervoer mijden en minder auto rijden. Absoluut gezien is het aantal rondeverplaatsingen met ruim 70 procent gestegen, zo valt op te maken uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). Er is een sterke stijging in de gemiddelde afstand die we per verplaatsing lopen (van 1,2 naar 2,2 kilometer) en fietsen (van 3,3 naar 4,3 kilometer).
Het KiM, dat zich baseert op een eigen representatief panel, bevestigt het beeld van het Nederlands Verplaatsingspanel. Dat zijn vijfduizend mensen die via een telefoonapp al hun bewegingen geanonimiseerd doorgeven. Ook zij gaan amper nog de stad in of op familiebezoek, maar gaan wel twee keer vaker een blokje om.
Een ommetje, hoe alledaags kan het zijn? Niet eerst met de auto naar een natuurgebied of het strand, waar de parkeerplaatsen uit voorzorg voor de drukte zijn afgesloten. Gewoon de eerste straat links, dan rechts en verder maar zien waar je uitkomt. Geen doel, geen haast.

Geen vast tijdstip

De Hollandse passeggiata is niet gebonden aan een vast tijdstip. De een maakt een ommetje ter vervanging van het woon-werkverkeer − een kwartiertje tussen ontbijttafel en thuiswerkplek. De ander haalt een frisse neus tussen twee videovergaderingen. Een volgende tussen de soep en de aardappelen.
De eigen wijk is vertrouwd, en voelt toch net even anders dan anders. We vergapen ons aan een weelderige voortuin, de bloeiende blauwe regen, een nogal onlogisch geplaatste lantaarnpaal. We horen vogels die anders worden overstemd door auto’s. We vragen ons af of we die mooie erker en die bloesemboom eerder hadden gezien. We neuzen in boekenruilkasten, flirten met de lapjeskat van twee straten verderop, kijken door ramen naar knuffels van de #berenjacht en op de stoep naar de krijttekeningen.
Nu er in de stad geen menigtes zijn om de aandacht af te leiden, dringen vooral de gebouwen zich op. Een pannendak dat gracieus om een raampartij heen golft, de Rietveldkleuren op een garagedeur, het aandoenlijk knullige lettertype op de deur van de buurtwinkel, de weldadige symmetrie van de trappenhuizen aan de overkant – het was er allemaal wel, maar je zag het nooit.

Gekwetter

De omstandigheden helpen een handje mee natuurlijk. ’s Ochtends vroeg is het gefluit en gekwetter van de vogels – ongehinderd door vliegtuiglawaai en straatgeluiden – een passende soundtrack, de zon voorziet de gevels van een ravissante belichting. Hoeveel onverdraaglijker zou de ‘intelligente lockdown’ zijn geweest als we al wekenlang werden geteisterd door zware bewolking, periodes met regen en een middagtemperatuur van 8 graden? 
Het lijkt zo triviaal, een ommetje in coronatijd. Maar vergelijk het eens met Frankrijk, waar iedereen een briefje moet uitprinten om aan te geven waarom je buitenshuis bent – wandelen mag, maar alleen binnen een straal van 1 kilometer van huis. De boete van 135 euro is niet mals.
Natuurlijk heeft ook het oer-Hollandse blokje om zijn beperkingen. ‘Wil je lekker naar buiten? Een ommetje maken, een frisse neus halen, hardlopen of fietsen; dat kan natuurlijk’, twitterde bijvoorbeeld de gemeente Leiden. ‘Maar doe dit alleen en vermijd drukke plekken. Blijf in de buurt en keer om als het te druk is.’
Helemaal onbekommerd is een blokje om dus niet in de anderhalvemetersamenleving. Gelukkig weten we in onze eigen buurt precies welke straten rustiger zijn dan andere. En dat zijn de straten die we tot voor kort zelf ook zelden insloegen.
Is dit een tijdelijk fenomeen of is het ommetje een blijvertje als we overgaan naar ‘het nieuwe normaal’? Volgens het KiM verwacht 80 procent van de mensen dat we ons in de toekomst niet anders gaan verplaatsen dan voor de coronacrisis. Wel denkt 20 procent na de coronacrisis vaker te gaan lopen en fietsen dan voorheen. Onder 65-plussers is dat zelfs een kwart.
Hopelijk krijgen de Italianen binnenkort weer uitzicht op hun passeggiata en kunnen de Fransen zonder speciaal formulier hun promenade maken. En wellicht blijven ook wij na de intelligente lockdown ons ommetje koesteren.